Publications

Kansspelen in Belgie
Kansspelen in Belgie

Les jeux de hasard en Belgique; Nele Hoekx & Alain Verbeke, 2009

Kraslotverslaving onder kraslotverkopers
Kraslotverslaving onder kraslotverkopers

Kraslotverslaving onder kraslotverkopers in Nederland.

AIAR-Reeks 7, Dr. M.W.J. Koeter, Drs. A. Benschop, Mei 2000

AIAR-onderzoek naar kraslotverslaving

De kraslotverslaving is en blijft een uiterst zeldzaam fenomeen. De verslavingszorg hoeft zich ook geen zorgen te maken over het aantal mensen dat door krasloten in de problemen raakt. Dat blijkt uit een onderzoek dat het AIAR vorig jaar uitvoerde naar kraslotverslaving.

De helft van alle Nederlanders waagt wel eens een gokje. Per hoofd van de bevolking gaat het jaarlijks om een bedrag van fl. 140,--. Een klein deel krijgt daar vroeg of laar problemen mee. Nederland telt circa 60.000 gokverslaafden. Deze groep mensen is de controle over het spel volledig kwijtgeraakt.

Het aantal gokverslaafden dat op dit moment in contact staat met de professionele hulpverlening, ligt rond de 5000. Dat aantal nam tussen 1988 en 1994 explosief toe, zeker nadat CAD´s in 1991 formeel toestemming kregen om ook deze groep verslaafden te kunnen behandelen. Het merendeel van de gokverslaafden, zo´n 90% is verslaafd aan fruitautomaten; ongeveer 30% van deze groep gokt ook in casino’s en is in die zin dubbel verslaafd.

Pathologische krassers
Sinds 1994 bestaat in Nederland de mogelijkheid om bij 3500 verkooppunten ( tabakszaken, benzinestations, drogisterijen en videotheken ) krasloten te kopen. Daarmee werd een nieuw kansspel toegevoegd aan de indrukwekkende reeks bestaande loterijen en spelen. In jargon gaat het bij krasloten om een instantloterij: in tegenstelling tot gewone loterijen ligt al voor de aankoop vast op welke loten een prijs valt.

Het Amsterdam Institute for Addiction Research ( AIAR ) onderzocht het afgelopen jaar hoe verslavend dit kansspel nu werkelijk is. Op basis van het onderzoek naar diverse spelkenmerken – zoals de tijd tussen inzet en uitkering van de winst ( uitbetalingsinterval ) en het ‘bijna-prijs-effect’ – werd allereerst een theoretisch risicoprofiel gemaakt van de krasloterij. In vergelijking met fruitautomaten blijkt het verslavingsrisico van krasloten lager te liggen. Toch blijkt het krassen niet zonder risico.

Het AIAR hield twee steekproeven onder totaal 12.222 personen bij 246 geselecteerde verkooppunten, voornamelijk tabakszaken overal in het land. In deze winkels werden zoveel mogelijk kopers van krasloten uitgenodigd om aan het onderzoek mee te doen. 2839 van de benaderde personen weigerden in eerste instantie deel te nemen aan het onderzoek. Vanwege het vermoeden dat pathologische krassers eerder weigeren dan recreatieve krassers, werd aan de weigeraars gevraagd om in ruil voor vier krasloten alsnog aan het onderzoek mee te doen. Dat leverde 711 extra respondenten op. 245 mensen vielen af, omdat ze jonger dan 18 waren, niet in Nederland woonden of onvoldoende Nederlands spraken.

In het onderzoek werd zowel gekeken naar het aantal keren dat iemand in de afgelopen maand had gekrast, als naar mogelijk negatieve gevolgen van het krassen. Bij een deel van de pathologische krassers werd vervolgens thuis een aanvullend interview gehouden.

Schuldgevoel
Uit dit onderzoek blijkt allereerst dat de meeste kraslotspelers ( tenminste tweederde deel ) alleen zo nu en dan een kraslot koopt. Daar tegenover heeft 28% van de ondervraagden de maand voor het interview tenminste 10 krasloten aangeschaft, terwijl zij minstens een half jaar daarvoor het eerste kraslot kochten. In de groep regelmatige kraslotspelers bestaat overigens een grote variatie in de aantallen krasloten die men de maand daarvoor kocht. 65% kocht tussen de 10 en 20 krasloten, 20% tussen de 20 en 30 krasloten en de overige 15% nog meer.

2,68% van de ondervraagden werden gerangschikt onder de categorie niet –recreatieve kraslotspelers. Daarbij gaat het om regelmatige kraslotspelers. Daarbij gaat het om regelmatige kraslotspelers die in het jaar voorafgaande aan het onderzoek soms kraslot gerelateerde problemen hebben ervaren. In deze groep krassers komen tweemaal zoveel mannen als vrouwen voor, meestal afkomstig uit een stedelijke omgeving.

Met die kraslot-gerelateerde problemen valt het overigens vaak wel mee. De meest genoemde problemen zijn: een hoger bedrag uitgeven dan aanvankelijk gepland ( mannen 65,6%, vrouwen 62,9% ), zichzelf schuldig voelen over het krasgedrag ( mannen 58,2%, vrouwen 46,4% ), en mislukte stoppogingen ( mannen 59,3%, vrouwen 32,3% )

Dubbel verslaafd
Het aantal echte kraslotverslaafden blijkt bijzonder gering te zijn: 0,24% van de ondervraagden. Van de 28 in dit onderzoek gevonden kraslotverslaafden was de helft tevens verslaafd aan een ander kansspel. Deze dubbele verslaafden zijn vaak mannen tussen de 18 en 25 die nog op school zitten en bij hun ouders wonen. Net als bij niet –recreatief krassen komt ook kraslotverslaving meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

Het aantal mensen dat uitsluitend aan krasloten verslaafd is komt nog lager uit: 0,09%. Krasloten op zich leiden dus vrijwel nooit tot verslaving. Opmerkelijk is dat deze groep wel voornamelijk uit vrouwen bestaat. Het zijn vaak vrouwen tussen de 25 en 35 jaar zonder opleiding ( 67,2% ) of mannen van 50 jaar of ouder ( 23,4% ). De kleine groep verslaafden heeft voornamelijk zelf last van de verslaving. Het plegen van illegale activiteiten om krasloten te kunnen blijven kopen, komt niet voor. De bedragen die zij aan krasloten uitgeven zijn namelijk relatief bescheiden, zeker in vergelijking met andere kansspelen. Grote financiële problematiek komt onder deze groep verslaafden dan ook nauwelijks voor.

Effectiviteit van het preventiebeleid
Effectiviteit van het preventiebeleid

Effectiviteit van het preventiebeleid kansspelverslaving,
CVO-Centrum voor verslavingszorg / College van Toezicht op kansspelen,
Maart 2001.

Gasten van het Holland Casino

Effectiviteit van het preventiebeleid kansspelverslaving

 

Het Centrum van Verslavingsonderzoek heeft in opdracht van het College van toezicht op de kansspelen een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van het preventiebeleid kansspelverslaving van Holland Casino. Het onderzoek stond onder begeleiding van een commissie met vertegenwoordigers van het College van toezicht op de kansspelen, het Ministerie van VWS, het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Justitie, het WODC, GGZ Nederland en Holland Casino, onder voorzitterschap van het collegelid de heer dr. M.W.J. Koeter. In deze synopsis worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek op een rijtje gezet.

 

Het doel van dit onderzoek is inzicht te geven in de effectiviteit van het preventiebeleid kansspelverslaving van Holland Casino. De term effectiviteit is een ruim begrip en wordt in dit onderzoek op een aantal manieren gebruikt.

 

  1. Met betrekking tot de mate waarin bezoekers bekend zijn met het preventiebeleid
  2. Met betrekking tot de mate waarin probleemspelers daadwerkelijk worden bereikt door het preventiebeleid
  3. Met betrekking tot gedragsveranderingen die als gevolg van het aanvragen van een entreeverbod of bezoekbeperking kunnen optreden

 

In het onderzoek is van verschillende methoden gebruik gemaakt om bovengenoemde (deel)vragen naar de effectiviteit van het preventiebeleid te kunnen beantwoorden. In de eerste plaats is mondeling en op locatie een vragenlijst afgenomen onder bijna 1.000 bezoekers van Holland Casino. Deze gegevens zijn gebaseerd op een random steekproef en zijn generaliseerbaar naar naar alle bezoekers van Holland Casino. In de tweede plaats is bij 40 probleemspelers een uitgebreide diepte-interview afgenomen over de ontwikkeling van het problematische speelgedrag en de invloed en effecten van eventuele interventies hierop door hulpverlening of het preventiebeleid van Holland Casino. Omdat de werving van deze groep probleemspelers niet aselect is gebeurt zijn deze gegevens niet generaliseerbaar maar geven ze wel bepaalde indicaties over de effecten van het preventiebeleid. In de derde plaats is met een tiental ervaren medewerkers van Holland Casino gesproken over de ontwikkelingen binnen het preventiebeleid, de huidige stand van zaken en de effecten van het beleid zoals zij die hebben ervaren. Tot slot zijn analyses uitgevoerd op dossiers van Holland Casino van bijna 7.000 personen die in de periode van 1 januari 1998 tot 1 april 2000 een entreeverbod of bezoekbeperking hebben aangevraagd.

 

Voor meer informatie: CVO, Centrum voor Verslavings Onderzoek
Oudergracht 325
3511 PC Utrecht 
Tel. +31 (0) 20 231495
Fax +31 (0) 20 2381496
E-mail: addict@fss.uu.nl
www.fss.uu.nl/cvo

Het Gokcomplex
Het Gokcomplex

Verzelfstandiging van vermaak
Sytze F. Kingma
2002