Kraslotverslaving onder kraslotverkopers
in Nederland
AIAR-reeks 7
Dr. M.W.J. Koeter, Drs. A. Benschop
Mei 2000
AIAR-onderzoek naar kraslotverslaving
De kraslotverslaving is en
blijft een uiterst zeldzaam fenomeen. De verslavingszorg hoeft zich
ook geen zorgen te maken over het aantal mensen dat door krasloten in
de problemen raakt. Dat blijkt uit een onderzoek dat het AIAR vorig
jaar uitvoerde naar kraslotverslaving.
De helft van alle Nederlanders
waagt wel eens een gokje. Per hoofd van de bevolking gaat het jaarlijks
om een bedrag van fl. 140,--. Een klein deel krijgt daar vroeg of laar
problemen mee. Nederland telt circa 60.000 gokverslaafden. Deze groep
mensen is de controle over het spel volledig kwijtgeraakt.
Het aantal gokveslaafden
dat op dit moment in contact staat met de proffesionele hulpverlening,
ligt rond de 5000. Dat aantal nam tussen 1988 en 1994 explosief toe,
zeker nadat CAD´s in 1991 formeel toestemming kregen om ook deze
groep verslaafden te kunnen behandelen. Het merendeel van de gokverslaafden,
zo´n 90% is verslaafd aan fruitautomaten; ongeveer 30% van deze
groep gokt ook in casinos en is in die zin dubbel verslaafd.
Pathologische krassers
Sinds 1994 bestaat in Nederland de mogelijkheid om bij 3500 verkooppunten
( tabakszaken, benzinestations, drogisterijen en videotheken ) krasloten
te kopen. Daarmee werd een nieuw kansspel toegevoegd aan de indrukwekkende
reeks bestaande loterijen en spelen. In jargon gaat het bij krasloten
om een instantloterij: in tegenstelling tot gewone loterijen ligt al
voor de aankoop vast op welke loten een prijs valt.
Het Amsterdam Institute for
Addiction Research ( AIAR ) onderzocht het afgelopen jaar hoe verslavend
dit kansspel nu werkelijk is. Op basis van het onderzoek naar diverse
spelkenmerken zoals de tijd tussen inzet en uitkering van de
winst ( uitbetalingsinterval
) en het bijna-prijs-effect werd allereerst een theoretisch
risicoprofiel gemaakt van de krasloterij. In vergelijking met fruitautomaten
blijkt het verslavingsrisico van krasloten lager te liggen. Toch blijkt
het krassen niet zonder risico.
Het AIAR hield twee steekproeven
onder totaal 12.222 personen bij 246 geselecteerde verkooppunten, voornamelijk
tabakszaken overal in het land. In deze winkels werden zoveel mogelijk
kopers van krasloten uitgenodigd om aan het onderzoek mee te doen. 2839
van de benaderde personen weigerden in eerste instantie deel te nemen
aan het onderzoek. Vanwege het vermoeden dat pathologische krassers
eerder weigeren dan recreatieve krassers, werd aan de weigeraars gevraagd
om in ruil voor vier krasloten alsnog aan het onderzoek mee te doen.
Dat leverde 711 extra respondanten op. 245 mensen vielen af, omdat ze
jonger dan 18 waren, niet in Nederland woonden of onvoldoende Nederlands
spraken.
In het onderzoek werd zowel
gekeken naar het aantal keren dat iemand in de afgelopen maand had gekrast,
als naar mogelijk negatieve gevolgen van het krassen. Bij een deel van
de pathologische krassers werd vervolgens thuis een aanvullend interview
gehouden.
Schuldgevoel
Uit dit onderzoek
blijkt allereerst dat de meeste kraslotspelers ( tenminste tweederde
deel ) alleen zo nu en dan een kraslot koopt. Daar tegenover heeft 28%
van de ondervraagden de maand voor het interview tenminste 10 kraloten
aangeshaft, terwijl zij minstens een half jaar daarvoor het eerste kraslot
kochten. In de groep regelmatige kraslotspelers bestaat overigens een
grote variatie in de aantallen krasloten die men de maand daarvoor kocht.
65% kocht tussen de 10 en 20 krasloten, 20% tussen de 20 en 30 kraslotenn
en de overige 15% nog meer.
2,68% van de ondervraagden
werden gerangschikt onder de categorie niet recreatieve kraslotspelers.
Daarbij gaat het om regelmatige kraslotspelers. Daarbij gaat het om
regelmatige kraslotspelers die in het jaar voorafgaande aan het onderzoek
soms kraslotgerelateerde problemen hebben ervaren. In deze groep krassers
komen tweemaal zoveel mannen als vrouwen voor, meestal afkomstig uit
een stedelijke omgeving.
Met die kraslot-gerelateerde
problemen valt het overigens vaak wel mee. De meest genoemde problemen
zijn: een hoger bedrag uitgeven dan aanvanklijk gepland ( mannen 65,6%,
vrouwen 62,9% ), zichzelf schuldig voelen over het krasgedrag (
mannen 58,2%, vrouwen 46,4% ), en mislukte stoppogingen ( mannen 59,3%,
vrouwen 32,3% )
Dubbel verslaafd
Het aantal echte
kraslotverslaafden blijkt bijzonder gering te zijn: 0,24% van de ondervraagden.
Van de 28 in dit onderzoek gevonden kraslotverslaafden was de helft
tevens verslaafd aan een ander kansspel. Deze dubbele verslaafden zijn
vaak mannen tussen de 18 en 25 die nog op school zitten en bij hun ouders
wonen. Net als bij niet recreatief krassen komt ook kraslotverslaving
meer voor bij mannen dan bij vrouwen.
Het aantal mensen dat uitsluitend
aan krasloten verslaafd is komt nog lager uit: 0,09%. Krasloten op zich
leiden dus vrijwel nooit tot verslaving. Opmerkelijk is dat deze groep
wel voornamelijk uit vrouwen bestaat. Het zijn vaak vrouwen tussen de
25 en 35 jaar zonder opleiding ( 67,2% ) of mannen van 50 jaar of ouder
( 23,4% ). De kleine groep verslaafden heeft voornamelijk zelf last
van de verslaving. Het plegen van illegale activiteiten om krasloten
te kunnen blijven kopen, komt niet voor. De bedragen die zij aan krasloten
uitgeven zijn namelijk relatief bescheiden, zeker in vergelijking met
andere kansspelen. Grote financiele problematiek komt onder deze groep
verslaafden dasn ook nauwelijks voor.
|